Een groepje vrienden wil in de zomervakantie samen op trektocht in de Albanese Alpen. Daar komt wel wat voorbereiding aan te pas. Bij de taakverdeling is afgesproken dat Katrien en Joeri samen verantwoordelijk zijn voor de reservatie van de gidsen en de overnachtingen op het bergtraject. Bij ieder overleg blijkt nu dat Joeri zijn taken niet of zeer onvolledig uitvoert en bij iedere bespreking minimaliseert hij dat met een kwinkslag. Katrien vindt Joeri een toffe gast. Ze was blij om wat nauwer met hem te kunnen samenwerken in het vooruitzicht van de gezamenlijke reis, maar ze ergert zich steeds meer aan zijn nonchalant gedrag.
Nu blijkt opnieuw dat de voorschotten niet betaald zijn en dat Joeri de reservaties in de berghutten niet bevestigd heeft.
Met welke reactie maakt Katrien het meest kans op een constructief gesprek?