Om na te gaan of een persoon besmet is met een specifiek virus, wordt de aanwezigheid van het erfelijk materiaal van dit virus opgespoord in een speekselstaal met behulp van verschillende PCR-technieken.
Het erfelijk materiaal van het virus bevat 17% cytosine, 25% guanine, 31% uracil en 27% adenine.
Welke van de volgende bestanddelen zijn, naast beide virusspecifieke primers, samen noodzakelijk in de PCR reagentia voor het opsporen van dit specifiek viraal erfelijk materiaal in een speekselstaal?